Het oer Nederlandse Paradiso stamt van oudsher uit Apeldoorn. De eerste melding van het bestaan van het merk komt uit een advertentie uit februari 1967. In de jaren daarvoor, vanaf zo ongeveer 1950, is de Vagé Combi klapcaravan nog populair. Deze voorganger beschikt over een vast dak dat voor en achter wordt ondersteund door houten wanden met ramen en een deur, en oprolbaar tentdoek aan de zijkanten.
Vouwwagen van V&D
Ook de Camping Car van Sporthuis Centrum heeft in die tijd een dergelijke constructie, al kun je bij die mini-versie niet echt riant in de bak zitten; wel slapen. Niet lang na deze twee varianten op de caravan zien we de allereerste ’tentwagens’ verschijnen, de vouwwagen WEVO-Camper van Vroom & Dreesmann. Tijdens openklappen van het deksel komt de tent vanzelf omhoog. Een bijzonderheid waarvoor men goed geld over heeft. De junior kost 2.090 gulden (€ 950), de De Luxe 2.450 gulden.
Vouwcaravan van Dethleffs
In 1958 tonen Dethleffs en Cosmopoliet respectievelijk de Camper en de Nomade. Beide wagens zijn geïnspireerd op zeer kleine caravans en voorgangers van de latere Paradiso. Na het opheffen van het dak is rondom ongeveer één meter hoog stuk tentdoek nodig om bak en dak met elkaar te verbinden. De wagentjes waren respectievelijk 190 en 180 kilogram en kunnen daarom achter een heel klein autootje mee. Je kunt er alleen nog niet overheen kijken.
Vouwcaravan terug in Nederland
Het duurt dan even en vele variaties kampeerwagens met deksel passeren de revue, maar geen vouwcaravans meer. Begin 1967, vlak voor de grote jaarlijkse boten- en kampeershow in de Rai, verschijnt dan uit niets een advertentie van vouwcaravan Paradiso. Benieuwd waar dit toe heeft geleid? In ACSI FreeLife 8-2016 lees je meer over de geschiedenis, maar ook over de terugkeer van de vouwcaravan op Hollandse bodem. We laten je foto’s zien van de Paradiso vouwcaravan en de iCamp vouwcaravan van UdoCamp.